Roddel en laster

 

 

Roddel en Laster

O dienaren van Allah, de grote zonden (al-kaba’ir) zijn de oorzaak van alle ellende, kwaad en bestraffing in dit leven en het hiernamaals. Eén van deze grote zonden zijn ghiba en namima(roddel en laster). Dit heeft Allah haraam gemaakt in de qur’aan en via de tong van Zijn Profeet (sas), omdat het de harten verdorven maakt, en ze van elkaar verwijderd. Het zaait het kwade, veroorzaakt fitna en verderfelijkheden. Het bezorgt degene die het doet spijt, op een moment dat spijt hem niet meer van nut kan zijn. Het veroorzaakt vijandigheid tussen huizen, tussen buren, tussen verwanten. Het vermindert de hasanaat, en het vergroot desayi’aat.

Allah heeft het verboden in de volgende bewoordingen:

Jullie die geloven! Vermijdt vele vermoedens –sommige vermoedens zijn zonde- en spioneert niet en roddelt niet over elkaar. Zou één van jullie graag het vlees van zijn dode broeder eten? Dat zouden jullie toch verafschuwen. En vreest Allah; Allah is een genadegever en barmhartig. [al-Hujuraat, 12]

Denk na over deze woorden en over de vergelijking die Allah hier maakt. Zou jij het vlees van jouw dode broeder willen eten? Als je roddelt over een ander, is het alsof je dat vlees eet terwijl hij leeft.

De betekenis van ghiba is dat je iets gedenkt/noemt over een broeder waarvan hij afkeer zal hebben, terwijl hij zelf afwezig is.

De Profeet (sas) heeft hierover gezegd: ‘Weten jullie wat al-ghiba is?’ Men zei: ‘Allah en Zijn Profeet weten het het beste.’  Hij zei: ‘Het gedenken van jouw broeder voor iets waarvan hij een afkeer heeft. [Dhikruka Akhaaka bimaa yakrahu]’ Men zei: ‘En als datgene wat ik zeg in mijn broeder aanwezig is?’ Hij zei: ‘Als in jouw broeder aanwezig is wat jij zegt, dan heb jeghiba bij hem gedaan. En als niet in hem aanwezig is wat jij zegt, dan heb je hem belasterd.’

De Profeet (sas) heeft gezegd op de dag van het Offer in Mina: ‘Jullie bloed, jullie bezittingen en jullie eer zijn haraam voor elkaar, zoals deze dag heilig is voor jullie, in deze maand van jullie, in dit land van jullie. Voorwaar, heb ik dit overgebracht?’

Waakt dus over jullie tongen, o Moslims, voor deze afschuwelijke roddels en laster. Wie zijn tong hiertegen weet te beschermen, wacht een grote beloning.

De Profeet (sas) heeft hierover gezegd: ‘Wie mij verzekert voor hetgeen zich tussen zijn kaken bevindt en hetgeen zich tussen zijn benen bevindt, die verzeker ik van het Paradijs.’

En het is overgeleverd van Abu Musa dat hij de Profeet (sas) vroeg: ‘O gezant van Allah, welke moslims zijn de beste?’ Hij zei: ‘Degene voor wiens tong en hand de moslims veilig zijn.’

En ‘Uqba ibn ‘Aamir vroeg aan de Profeet (sas): ‘O gezant van Allah, waarin ligt de redding?’ Hij zei: ‘Houd je tong in bedwang, blijf thuis [voor aanbidding van Allah en contemplatie] en huil om je zonden.’

 

De Profeet (sas) heeft gezegd: ‘Als Ibn Adam ontstaat, dan zeggen de ledematen tegen de tong: ‘Vrees Allah vanwege ons. Voorwaar wij zijn met jou. Als jij op het rechte pad bent, zijn wij dat ook. En als jij van het rechte pad raakt, raken wij ook van het rechte pad.’

Mou’az vroeg aan de Profeet (sas): ‘O gezant van Allah, vertel mij over een daad die mij het Paradijs binnen doet gaan en mij verwijderd houdt van het vuur.’ Hij zei: ‘Je hebt over iets geweldigs gevraagd. Het is gemakkelijk voor degene die Allah het gemakkelijk maakt. Aanbid Allah en ken geen deelgenoten aan hem toe. Verricht de salaat. Geef de zakaat. Vast Ramadaan. Verricht de bedevaart als je daartoe in staat bent.’ Vervolgens zei hij: ‘Zal ik je de deuren van het goede wijzen? Het vasten is een bescherming, en sadaqa ‘blust’ de zonden zoals water vuur blust, en het gebed van een man in het holst van de nacht.’ Vervolgens reciteerde hij:

‘Zij houden zich er verre van op hun zijden op hun rustplaatsen te liggen, maar roepen hun Heer aan in vrees en begeerte en geven bijdragen van wat Wij hun voor hun levensonderhoud geven.

En niemand weet wat voor vreugde voor hem verborgen is als beloning voor wat zij gedaan hebben.’ [al-Sajda, 16-17]

Vervolgens zei hij: ‘Zal ik je berichten over de hoofdzaak, haar pilaar en de toppunt van haar bult?’ Ik (Mou’az) zei: ‘Voorzeker, o gezant van Allah.’  Hij zei: ‘De hoofdzaak is de islam, haar pilaar is de salaat, en de toppunt van haar bult is de jihaad op het pad van Allah.’ Vervolgens zei hij: ‘Zal ik je vertellen over de baas/heerser (millaak) van dat alles?’ Ik zei: ‘Voorzeker, o gezant van Allah.’ Hij pakte zijn tong vast en zei: ‘Houd deze in bedwang.’ Ik zei: ‘O gezant van Allah, zullen we kwalijk genomen worden voor wat we zeggen?’ Hij zei: ’Had je moeder je maar verloren, Mou’az. Waardoor zouden de mensen anders op hun gezicht in het hellevuur vallen als het niet door de oogst van hun tongen was?’

De Profeet (sas) heeft gezegd: ‘Toen ik de mi’raaj maakte, kwam ik voorbij een volk die nagels van koper hadden. Zij krabden daarmee hun gezichten en hun borsten. Ik zei: ‘Wie zijn zij, Jibriel?’ Hij zei: ‘Zij zijn degenen die het vlees van de mensen eten, en hun eerbaarheid aantasten.’

Bagatelliseer dus deze zonde niet. Het is werkelijk een hele grote zonde en het is heel gevaarlijk.

Allah zegt:

Toen jullie dat met jullie tongen overnamen, met jullie monden zeiden waarvan jullie geen kennis hebben en dachten dat het iets onbeduidends was, maar bij Allah was het afschuwelijk. [al-Nur, 15]

 

Abu Bakr pakte zijn tong vast en zei: ‘Dit heeft mij doen vallen en neergegooid in de verderfelijkheden.’ Dit zei hij om zichzelf nederig te maken en om zichzelf ter verantwoording te roepen.

 

De roddelaar is een onrechtpleger, en degene over wie gepraat wordt is een slachtoffer. Op de Dag der Opstanding zullen de onrechtpleger en het slachtoffer samen voor Allah, de Rechtvaardige, staan. Het slachtoffer zal Allah aanroepen over het onrecht dat hem aangedaan is. Allah zal hem hasanaat geven van deze onrechtpleger die over hem roddelde. Of hij zal van de syi’aat van het slachtoffer geven aan deze roddelaar. Op deze dag, waarop een vader zijn kind niet eens hasana kan geven, of een boezemvriend aan zijn boezemvriend, en waarop iedereen zegt: nafsi, nafsi (mijzelf, mijzelf).

Herinnert degenen die roddelen en de eer van hun moslimbroeders aantasten, aan deze bestraffing. En herinner hun aan Allah, en aan het feit dat voor ieder woord een rekening is bij Allah:

{يَاأَيُّهَا الَّذِينَ ءَامَنُوا اتَّقُوا اللَّهَ وَقُولُوا قَوْلا سَدِيدًا يُصْلِحْ لَكُمْ أَعْمَالَكُمْ وَيَغْفِرْ لَكُمْ ذُنُوبَكُمْ وَمَنْ يُطِعِ اللَّهَ وَرَسُولَهُ فَقَدْ فَازَ فَوْزًا عَظِيمًا}

Jullie die geloven! Vreest Allah en spreekt passende woorden

Dan zal Hij jullie daden verbeteren en jullie je zonden vergeven. En wie Allah en Zijn gezant gehoorzaamt, heeft een geweldige triomf behaald. [al-Ahzaab, 70-71]

 

Beste mensen, namiema is verschrikkelijk. Het heeft slechts tot doel om onrust en verderf tussen de mensen te zaaien. Allah heeft dit in de volgende aya afgekeurd:

Geef aan geen enkele verachtelijke edenzweerder gehoor

Een met roddel rondlopende lasteraar

Een zondige overtreder die het goede belet [al-Qalam, 10-12]

En de Profeet (sas) heeft gezegd: ‘Een lasteraar (namaam) zal het Paradijs niet betreden.’

Vreest dus Allah, en beoordeel jullie zelf, voordat jullie beoordeeld woorden, en weegt jullie zelf, voordat jullie gewogen worden.